Gemeente Brummen blijft investeren in samenleving en bestuurskracht

5 maanden geleden gepubliceerd

De gemeente Brummen zet haar beleid door om te investeren in de versterking van de bestuurskracht en de intergemeentelijke samenwerking. Ook blijft de focus liggen op jeugdzorg en wordt het verruimde minimabeleid voortgezet in 2024. Dit komt naar voren uit de concept-programmabegroting die deze week is gepresenteerd.

Verbeterde financiële positie en toekomstige ontwikkelingen

Volgens de gemeente Brummen heeft ze haar financiën goed op orde. De afgelopen jaren zijn er stappen gezet om de financiële positie te verbeteren. Hierdoor is het weerstandsvermogen van de gemeente nu goed te noemen en zijn er genoeg reserves opgebouwd om tegenvallers op te vangen.

Daarnaast houdt de gepresenteerde begroting rekening met toekomstige ontwikkelingen, zoals de financiële gevolgen van de ingrijpende stelselwijziging in de jeugdzorg en het structureel investeren in onderwijs vanaf 2024. De gemeente is ook op koers met betrekking tot de woningbouw, met de realisatie van 670 van de beoogde 1250 woningen in de periode 2020-2030.

Beperkte lastenstijging en signaal aan het rijk

De gemeente streeft ernaar om de kosten voor inwoners zoveel mogelijk te beperken. De belastingtarieven worden aangepast aan de inflatiecorrectie, maar stijgen wel met 4,2 procent in vergelijking met 2023. Het tarief voor rioolrechten neemt met 25% toe, en het tarief voor de afvalstoffenheffing stijgt gemiddeld met 4,5%. Dit betekent dat een gemiddeld huishouden in 2024 12,6% duurder uit is dan in 2023.

Daarnaast wil de gemeente een signaal afgeven aan politiek Den Haag. Het rijk voert in 2026 grote kortingen door, waardoor alle gemeenten in Nederland in totaal 4 miljard euro minder inkomsten van het rijk krijgen. De gemeente Brummen stelt voor om de begroting niet voor 4, maar voor 2 jaar sluitend te maken. Hiermee wil de gemeente aangeven dat als deze situatie niet verandert, er vanaf 2026 ingrijpende maatregelen genomen moeten worden, met grote maatschappelijke en economische gevolgen.